Van SNO in 1871 tot KRNSO vandaag!

De op 1 na oudste sportclub van Oostende! (na boogschuttersgilde St. Sebastiaan)

Het eerste clubhuis uit 1871. Let op het opschrift ‘Sport Nautique’

Lang geleden, op 15 juni 1871, kwamen de heren P. Van Halme, E. Van Bredael, L. De Wynter, C. Deschepper, F. en A. Pieters en A. Vander Heyde bijeen om de “Sport Nautique d’Ostende” te stichten. Om dit te vieren organiseerden zij nog hetzelfde jaar wedstrijden, waarvan de bonus meteen werd aangewend om een botenloods op te richten, en een café als clubhuis te huren. Twee boten werden besteld en, zoals gebruikelijk, betaald door de roeiers, die ze zouden gebruiken.  Om de roeisport aan populariteit te doen winnen werden regatta’s georganiseerd in het kanaal of in een vroegere spuikom, maar ook clubkampioenschappen in de landelijke omgeving van Oostende.

In 1887 namen wij aktief deel aan de stichting van de Belgische Roeibond in de persoon van secretaris August Borgers, die het bovendien aandurfde twee Europese Kampioenschappen, 15 Internationale regatta’s en 8 Nationale kampioenschappen te organiseren tussen 1882 en 1899. Met opnieuw de medewerking van het stadsbestuur, hadden de E.K. voor de 3de keer in onze stad plaats in 1910.

Dokter G.Verhaeghe, die rond en na de eeuwwisseling in een eerste krisisperiode achtereenvolgens secretaris, schatbewaarder, ondervoorzitter en voorzitter was, en de viering “50-jarig bestaan” heeft geleid, bracht “per inschrijving van 25fr.” 1000 BEF bijeen, waarmee aan het kanaal Oostende-Brugge, ongeveer waar nu Electrabel is gevestigd, ons 2de clubhuis werd gebouwd. (Jammer genoeg zijn er geen foto’s van het 2e clubhuis bewaard gebleven.)
Hiermee was een eerste dieptepunt achter de rug, werden terug wedstrijden ingericht en verscheidene sportieve successen geboekt. De gronden werden echter onteigend en in het “Maria-Hendrika”-park mocht in villastijl een 3de clubhuis worden opgetrokken, ten koste van wat schulden.

Het in 1905 gebouwde 3e clubhuis

Het aanlegponton aan de vaart in 1907

Dit belette niet, dat onze regatta’s vanaf 1906 internationale bekendheid verwierven, terwijl de waarde van onze roeiers in verhouding steeg. Op 26 juli 1914 streden onze ploegen nog met het oog zich te plaatsen voor de Europese kampioenschappen te Berlijn, maar in plaats van een sportieve competitie begon een moordende oorlog, die onze vereniging haar zwaarste inzinking in haar bestaan zou geven.
In 1914 namen de Duitsers het clubhuis in beslag en gebruikten de botenloods als paardenstal. Ze vernielden of beschadigden de ganse inboedel, maar enkele dappere leden slaagden er toch in de beste boten in veiligheid te brengen.  Naar het einde van de oorlog toe verwaarloosden de Duitsers hun paarden zodanig dat deze de houten steunpijlers van het gebouw begonnen af te knagen. Na de bevrijding was het clubhuis gedeeltelijk ingestort en niet langer bruikbaar, de boten vernield of beschadigd en met de meeste van onze leden hadden we geen contact meer. Bovendien was het kanaal, waaraan ons lokaal gelegen was, wegens de oorlogsfeiten versperd en onbruikbaar geworden. Zonder bijval werden er terug ploegen gevormd en een regatta ingericht. Na veel rompslomp werd het clubhuis verkocht. Het werd eerst nog een tijdje bewoond door een politieofficier en eindigde dan als clublokaal van een jeugdbeweging, “De rode valken”. In 1973 brandde het uit, waarop het werd afgebroken.

In 1924 werd voorgesteld de vereniging te ontbinden. Dit was echter voldoende voor enkele bestuursleden (Robert Verschelde) om bijeen te komen en een wedstrijd te plannen voor Pinkstermaandag 1924. Niettegenstaande de korte voorbereiding was die regatta in België de belangrijkste, die ooit werd georganiseerd. Frankrijk, Engeland, Italië, Nederland, Ierland en België hadden hun beste roeiers gestuurd. De figuur van de dag was de Brit Jack Beresford jr. In 2 maanden won hij de Ostend Golden Sculls, de Diamond Sculls (Henley) en de Olympische Spelen te Parijs.

Intussen moesten we opnieuw uitzien naar een andere plaats voor ons 4de clubhuis, gezien het kanaal volledig gedempt ging worden. Voor een huurprijs van 364 BEF per jaar werd er beslist ons te vestigen op de plaats waar wij nu nog altijd actief zijn. Onder het voorzitterschap van voorzitter Victor Fermon  (vanaf 1926) werd aandacht geschonken aan het in orde brengen van de gebouwen en de aankoop van verscheidene boten. Ook de roeiers deden zich meer gelden, zodat in 1938 voor het eerst in de geschiedenis van de club een kampioenschap in de hoogste reeks werd gewonnen. In Humbeek wonnen H. Bollenberg, W. Lucas, L. Rouselle en M. Vanhoecke in de ongestuurde vier.
Weer kwam een oorlog onze opgang abrupt onderbreken. Door de nabijheid van de brug, die door de terugtrekkende troepen in de lucht werd geblazen, kwamen gebouwen en boten heel erg gehavend uit de strijd, maar opnieuw werd met veel moed herbegonnen, eerst met “voorlopige” herstellingen, later (1949) met een nieuw gebouwtje, waarin de kleedkamers, de sanitaire inrichting en een kleine bar hun plaats kregen. De botenloods was toen reeds in orde gebracht.

Het 4e Clubhuis, in 1926 in gebruik genomen. De foto werd genomen omstreeks 1950

Henley Royal Regatta in de jaren ’50: Henri Steenacker wint een wedstrijd tegen een brit.

Andere personen dan weer kwamen nu de SRSNO op sportief vlak een hand toesteken. Stan Vanhoutte, een roeier, die zijn loopbaan nog net voor de oorlog was begonnen, en Henri Steenacker, die in 1945 tot de roeisport kwam, vormden eerst samen een dubbel-scullploeg, maar later ging eerstgenoemde zich volledig op de training toeleggen en droeg daarmee enorm bij aan het indrukwekkend internationaal palmares, dat Steenacker bijeen riemde en waarvan we vooral de 8 opeenvolgende nationale skiffkampioenschappen onthouden, naast de deelname aan de Olympiade’s van Helsinki, in skiff, en Melbourne, in dubbel-twee, met broer Fernand, ook nog in hetzelfde boottype, de 5 nationale titels, de E.K. in Kopenhagen in ’53, de E.K. in Gent (4e) in ’55, Bled (5e) in ’56, Duisburg met de Luikenaar Gerard Higny (brons) in ’57 en, samen met Michel Lucas, Poznan (5e) in ’58, ploeg, die in ’59 in Macon uitgeschakeld werd, niettegenstaande zij de bronzenplakwinnaars van het vorig jaar wisten te verslaan. In 1960 zette H. Steenacker een punt achter zijn loopbaan, terwijl op de Olympische Spelen in Rome onze maatschappij vertegenwoordigd was door Edgard Luca en Roland Bollenberg, samen met stuurman Etienne Pollet. Ook R. Mechele en B. Stubbe werkten zich, met de Zeemacht, in de nationale selectie vier zonder stuurman voor het E.K. in Luzern  en Praag (reisverbod vanwege de staf). Deze buitengewone internationale periode heeft vooral twee zeer gunstige invloeden gehad. Naar aanleiding van het talrijk deelnemen aan buitenlandse regatta werden vele contacten gelegd met de internationale roeiwereld en afspraken gemaakt, om ook aan onze wedstrijden deel te nemen. Anderzijds werd ook de kennis op het gebied van de competitiesport verruimd.

Intussen was in 1955 H. Bollenberg tot voorzitter verkozen.
in 1958 werd, na de wereldtentoonstelling in Brussel, een gedeelte van het U.N.O.-paviljoen aangekocht. Dit werd met de steun van de gemeentebesturen van Oostende en Bredene, tot een fraai en stijlvol clubhuis verbouwd.
Uit die periode dateert ook onze samenwerking met de Zeemacht, waarbij jongens, die hun legerdienst vervulden, hun roeiloopbaan konden voortzetten. Meteen bekwamen wij ook de Z.M.-medewerking bij de organisatie van onze Pinksterregatta. In 1963 werd de aankomst van onze regatta verplaatst en ter hoogte van het clubhuis gebracht en door de firma Wagon-Lits haar gebouwen ter onzer beschikking gesteld om er het botenpark en de kleedkamers in onder te brengen.

Het 5e clubhuis bij de opening in 1958

De zeemachtboten uit 1960

Het Stedelijk Hoger Technisch Instituut in Oostende werd één van de leidinggevende scholen, die ingingen op ons voorstel om aan hun leerlingen kosteloze initiatielessen te geven en hierbij gebruik te maken van het materiaal, dat ons hiervoor o.m. door het BLOSO sinds de vorming van de Vlaamse Roeiliga (1974) ter beschikking werd gesteld. Deze school zal op den duur synoniem van nationaal scholenkampioen worden en vaste voedingsbodem, van waaruit meer en meer jeugd de weg vinden zal naar de ondertussen tot K.R.N.S.O. (1972) omgedoopte roeivereniging, die op haar beurt uit zal groeien tot heem der talrijke jeugdkampioenen, die de eeuwlingclub sinds 1971 zal vormen.

De “Corrida van ’t Sas”, oorspronkelijk een stratenloop voor niet-aangeslotenen, groeit als oudste Oostendse cross uit tot een klassieker van formaat, die voortaan de openingswedstrijd is van het “Oostends Loopcriterium”. Bij de dood van haar medestichter kreeg het ook nog het bijvoegsel, “In Memoriam Léon Boucquaert”. De Duurloop Koksyde-Oostende daarentegen, eveneens in onze schoot ontsproten, werd uiteindelijk verder georganiseerd door het met ons bevriende “Jogging Team De Olifant” en haar gedreven stichter Mr.Hilaire Maertens.

In het kader van een roeikalenderreorganisatie van de V.R.L. en de K.B.R. (1973), gaat onze club in op een voorstel onze regatta te organiseren op een vaste datum in april. Ondanks de aanhoudende inspanningen neemt de regatta in belangrijkheid af vooral te wijten aan een aantal technische tekortkomingen van de roeibaan. Ten einde raad keert men in 1994 terug naar de Pinksterperiode. In 1976 steken de KRNSO en KRB de koppen bijeen om opnieuw de draad op te pakken van de Lange Afstand Roeiwedstrijd “Oostende-Brugge” (18 km.) en deze opnieuw beurtelings te organiseren. Jaarlijks komen een 100-tal gestuurde- of koppelvieren, ongestuurde twee’s en skiffs uit een 5-tal landen, hier op af.
In 1976 sterft Henri Bollenberg in zijn 21ste ambtstermijn, hierbij een grote leemte achterlatend, die door de volgende presidenten, Roland Bollenberg, Michel Lucas en André Brissinck moeilijk zal worden overbrugd.
Sportief worden nochtans prijzenswaardige resultaten behaald met de opeenvolgende klub-hoofdtrainers, Billiau, Goethals, Goes, Mechele, Defraigne, Deweert, e.a.. Oostende is aanwezig op de W.K.juniores in Ratzeburg (’75), Tampère (’77), Belgrado (’78) en Hazewinkel (’80) zonder echt potten te breken. Later verwierf de club opnieuw selecties voor het Junioren-W.K. in Milaan, Banyoles, Montréal en Arungen. In 1983 wordt opnieuw de nationale elitetitel in 4-HSA behaald. Maar ook voor de Westcup (later Nationscup) en de Jeugdcup wordt regelmatig op de ploegen van KRNSO beroep gedaan. Björn Hendrickx was overigens de eerste mannelijke Belgische winnaar van een jeugdbeker. Baré onderscheidt zich op de Fisa-veteranenontmoetingen. KRNSO is de eerste club die na 19 jaar de “Coupe des Trois Ports” weg houdt van het ongenaakbare “Emulation Boulognaise”. In 1992 behalen we onze allereerste nationale titel in 8+stm. HSA met een homogene ploeg. Na meerdere jaren hegemonisch te heersen op het All-Round Criterium van de V.R.L., de roeihappening en de B.K.-en voor de allerjongsten behaalt de club geheel onverwacht de “Trofee voor Sportverdienste voor clubs van de Stad Oostende 1994”. Individueel behaalden Nevens (De Haan) en Baré (Bredene) iets gelijkaardigs. H. Bollenberg, L. Baes en R. Vansteenkiste waren ooit “Laureaat voor Sportinspanning”.

Het KRNSO bestuur in de jaren 80

Bjorn Hendrickx met Voorzitter Andre Brissink

Ook administratief bleven wij niet stil zitten. Onze leden in de beheerraden van de V.R.L. krijgen belangrijke verantwoordelijkheden. Brissinck wordt lid en penningmeester van de Roeibond en Olympisch celhoofd. Als Internationaal scheidsrechter opereert hij in Szeged, Barcelona (O.S.), Bern, Amsterdam, Brno, Chester, Parijs, Aiguebelette, Sevilla en Ioanina. Deweert doet hem dit na in Arungen, Groningen en Atlanta (O.S.) en wordt het nieuwe celhoofd en voorzitter van de roeiacademie. Op de vooravond van ons 125-jarig bestaan ondergaan we weer wel en wee. Op 25-8-1993 verongelukt Henri Steenacker tijdens een onschuldig fietstochtje. Meteen verloor onze club haar grootste kampioen ooit. In 1994 roept voorzitter Brissinck de Challenge “Henri Steenacker” in het leven en een borstbeeld van de Sassenaar van de beeldhouwster Josiane Vanhoutte wordt in het clubhuis onthuld.
Vreugde voor de aanduiding, voorlopig als reserve, van de nationale ploeg, van Björn Hendrickx, n.a.v. de wereldkampioenschappen in Indianapolis in ’94. Vastberaden raakt, net vóór de regatta van Gent, onze huidige grootste belofte in de nationale ongestuurde vier, die zich opmaakt voor het W.K. in Finland, waar de eerste tickets voor Atlanta (O.S.’96) klaar liggen. De club spaart geld noch moeite om de kansen van Björn gaaf te houden en schaft zich voor het eerst een “Empacher” ongestuurde twee aan voor de jongste telg uit de Hendrickx-dynastie en zijn laatste sparring partner, Mark Boucquez.

De club staat nochtans voor een enorm dilemma: schulden aangaan om het als-een-zeef-lekke dak van het clubhuis aan te pakken en hun WK-kandidaten in de kou laten staan of omgekeerd. Na de “Open Franse Kampioenschappen” in Vaires, nabij Parijs, waar de “Weissig”-ploeg een door een Belgische ongestuurde-vier nooit bijeengeroeide tijd van 5’58” realiseerde, lijkt het resultaat in Luzern (10° op 20 ploegen, met tijden rond de 6’05”) voor Goiris en Vandriessche onvoldoende overtuigend, en de four-oar valt uiteen in de vroegere per-oar en een nieuwe dubbel-twee, Hendrickx (KRNSO) /Symoens (KRB), die op een “relationsrennen” op 14 augustus nog een kans krijgt (mits een tijd van 6’29”) om aan het W.K.’95 deel te nemen. Het wordt 6’31”. De Westvlamingen krijgen een bonds­fiat. Op het W.K. in Tampére (Finland) behaalt de ploeg uiteindelijk een 14de plaats op 28, voor België net genoeg voor een optie op een 2x-plaats op de komende Olympische Spelen van Atlanta. 1996: een finaleplaats in Keulen maakt hun selektie definitief.
Björn ontvangt n.a.v. de Fisa-World-Cup regatta in Hazewinkel uit handen van de Vlaamse minister-president Vandenbrande één van de 11 “Zilveren Sporen” met oorkonde van de Vlaamse Gemeenschap, wint op de KRCG-regatta “The Open Sprint Cup” in skiff en wordt Skiff-Kampioen van België Sen.B.

De obsessie van de voorzitter om het 125-jarig bestaan waardig te vieren, dreigt de club in een financiële wurggreep te nemen. Er wordt een “Hoger Bescherm­comité 125 jaar Roeisport in Oostende” opgericht, dat morele en geldelijke steun garandeert om het feestprogramma 1996 binnen de limieten van een nuloperatie te houden.
Een nieuw logo, geënt op het embleem “100 jaar S.R.S.N.O.” wordt door Mr. E.Luca, ondervoorzitter, ontworpen en zal alle officiële documenten sieren. De vroegere clubhistorieken van de hand van Robert Verschelde, Henri Steenacker en Michel Lucas worden herschreven en aangevuld door André Brissinck. Een luxe-uitgave met merkwaardige fotografische illustraties zullen maar mogelijk zijn mits de medewerking van een welwillende sponsor, die door de burgemeester Goekint wordt aangeschreven. Een tentoonstelling lijkt haalbaar in het hoofdfiliaal van een bankinstelling. Het gebouw is een creatie van wijlen ere-ondervoorzitter architect André Daniëls en is gelegen in een laan, die de naam draagt van één van onze vroegere voorzitters, Alfons Pieters.
Teneinde de regatta een extra-dimensie te geven denkt de president eraan een afzonderlijke Jubelwedstrijd in acht-met te organiseren met ploegen van KRNSO en KRCG (beide 125j. in 1996) en onze vroegere regattagasten Thames Rowing Club en Germania Düsseldorf. De triathlon krijgt, mits de toelating van de V.R.L. in 1996 youngsters uit Duitsland over de vloer. De “Match des Trois Ports” in Oostende gaat in een nog feestelijker sfeer door. Sommige leden van het bestuur proberen een waterfeest op punt te zetten met walvissloepenwedstrijden, e.d. De grootste stunt zou echter de poging “125 uren ononderbroken ergometerroeien” worden.
Een jubileum zonder banket is ondenkbaar, evenmin als de discussie omtrent tijdstip, plaats, uitgenodigden, menu, prijs, kledij e.d.m. Het werd uiteindelijk gehouden in het Feestpaleis aan het Wapenplein op 09/11/96.

Het Belgisch team voor de Olympische Spelen van 2000 in Sydney. We herkennen, naast IOC Voorzitter Jacques Rogge, ook Bjorn Hendrickx van KRNSO

1995 eindigde hoe dan ook hoopgevend: KRNSO wordt voor de 2e opeenvolgende keer “Laureaat van Sportverdienste voor Clubs van de Stad Oostende” (Dit zou zich herhalen in 1996 en 1999). Björn Hendrickx wordt “cum laude” genomineerd voor de individuele trofee.
In 1996 nam Hendrickx nog deel aan de O.S. van Atlanta in de dubbeltwee met Tom Symoens (KRB), die enkele jaren later lid werd van de Koninklijke Roei- en Nautische Sport Oostende. Ze werden 10°. In 1997 werden ze op de W.K. in Aiguebelette finalist en 6°. In 1998 werden ze nog 8° in Keulen (waar Björn ook nog in de B-finale van de 4X de zieke Goiris verving).
Het Belgisch team voor de Olympische Spelen van 2000 in Sydney. We herkennen, naast IOC Voorzitter Jacques Rogge, ook Bjorn Hendrickx van KRNSO.
Deze ploeg werd 11°. Daarna besliste de nieuwe Nationale coach, Pat Sweeney (1999) de dubbeltwee op te doeken en zijn kans te gaan met een 4X-heren, dat het op het WK in St.Catherines (Canada) niet verder schopte dan een 10° plaats, net voldoende voor deelname aan de Spelen van Sydney in 2000. België werd 9° met Hendrickx, maar zonder Symoens, die definitief afhaakte. 2000 was een minder jaar met de dood van vorige voorzitter Lucas, een ongeval met een dubbeltwee jongeren, die – gelukkig zonder lichamelijke letsel – onder een binnenvaartuig terecht kwam, het afgelasten van de jubileumuitgave (25°) Brugge-Oostende, geen regatta met pinksteren meer, geen “Beker der drie havensteden”, geen deelname aan B.K., maar wel een prima Corrida (39°) en Walvissloepenrace (5°).

Lees ons clubblad online:

FOLLOW US:

1871

Koninklijke Roei- en Nautische Sport Oostende

Prins Albertlaan 104
8400 Oostende
België